Naar de inhoud

De 14 allergenen op een rij, met de granen en noten die u moet noemen

Kort: de veertien allergenen staan in bijlage II van Verordening (EU) nr. 1169/2011: glutenbevattende granen, schaaldieren, ei, vis, pinda's, soja, melk (incl. lactose), noten, selderij, mosterd, sesamzaad, zwaveldioxide en sulfiet, lupine en weekdieren. Bij granen en noten noemt u ook de soort: bij granen tarwe (incl. spelt en khorasantarwe), rogge, gerst of haver; bij noten amandel, hazelnoot, walnoot, cashew, pecan, pistache, paranoot of macadamia. Over deze veertien informeert u uw gasten, ook als u onverpakt verkoopt.

Geschreven door Jason Wang, CEO. Gepubliceerd op .

Laatst geverifieerd op . Wij controleren de genoemde bronnen opnieuw en werken deze datum bij, ook als er niets veranderd is.

Wat zegt de wet?

De Europese verordening over voedselinformatie maakt van deze veertien de lijst waarover u altijd informatie geeft. De NVWA zegt het zo:

“Over 14 allergenen die zijn opgenomen op een EU-lijst (verordening 1169/2011) moet u altijd informatie geven aan uw klanten. Dat geldt voor zowel voorverpakte producten als voor onverpakte levensmiddelen.”

In de verordening zelf staat de plicht in artikel 9, lid 1, onder c. Dat gaat over

“elke stof of technische hulpstof die wordt genoemd in bijlage II of die is afgeleid van een in bijlage II genoemd(e) stof of product welk(e) allergieën of intoleranties veroorzaakt, en die bij de vervaardiging of de bereiding van een levensmiddel wordt gebruikt en nog in het eindproduct aanwezig is, zelfs in een veranderde vorm”

Artikel 9, lid 1, onder c van de Verordening (EU) nr. 1169/2011 (geconsolideerde tekst op EUR-Lex). Lees de officiële publicatie.

Voor wat u onverpakt verkoopt, zoals een gerecht op een bord of een broodje over de toonbank, houdt artikel 44 precies deze ene vermelding verplicht: daar “zijn de in artikel 9, lid 1, onder c), genoemde vermeldingen verplicht”. Lees hoe u die informatie in een horecazaak geeft.

Welke veertien zijn het?

Hieronder in de volgorde en met de nummers van bijlage II. De invullijst van de NVWA zet dezelfde veertien op alfabet; het zijn er niet meer en niet minder.

PuntAllergeenWat u erbij noemt
1Glutenbevattende granenDe soort: tarwe (incl. spelt en khorasantarwe), rogge, gerst of haver
2Schaaldieren—
3Ei—
4Vis—
5Pinda's—
6Soja—
7Melk (incl. lactose)—
8NotenDe soort: amandel, hazelnoot, walnoot, cashew, pecan, pistache, paranoot of macadamia
9Selderij—
10Mosterd—
11Sesamzaad—
12Zwaveldioxide en sulfietAlleen boven 10 mg/kg of 10 mg/l, gemeten in het gerecht zoals het wordt opgediend
13Lupine—
14Weekdieren—

Waarom is “gluten” of “noten” niet genoeg?

Twee van de veertien zijn verzamelnamen. De wet noemt bij beide de soorten met name. Voor de granen:

“Glutenbevattende granen, namelijk: tarwe (zoals spelt en khorasantarwe), rogge, gerst, haver of de hybride soorten daarvan en producten op basis van glutenbevattende granen”

Bijlage II, punt 1 van de Verordening (EU) nr. 1169/2011 (geconsolideerde tekst op EUR-Lex). Lees de officiële publicatie.

De NVWA vertaalt dat naar wat u uw gasten vertelt: “Informeer uw klanten om welke glutenhoudende granen het precies gaat: tarwe (zoals spelt en khorasantarwe), rogge, gerst en/of haver.” En voor noten: “Informeer uw klanten om welke noten het precies gaat: amandel, hazelnoot, walnoot, cashew, pecan, pistache, paranoot en/of macadamia.”

U noemt dus de soort die in het gerecht zit, niet alle vier of alle acht. Een gast die alleen niet tegen één noot kan, leest zo of uw gerecht die noot bevat. Pinda's horen er niet bij: die zijn in de wet een eigen allergeen. Waar de granen en noten ongemerkt binnenkomen.

Wat valt er nog meer onder?

Bijna elk punt van bijlage II noemt ook de “producten op basis van” het allergeen. Melk in boter telt dus mee, net als ei in mayonaise of tarwe in paneermeel. De NVWA noemt daarnaast routes waarlangs een allergeen in een product kan zitten zonder dat u het meteen ziet:

  • technische hulpstoffen
  • additieven, inclusief carry-over-additieven
  • aroma’s
  • enzymen
  • vitaminen en mineralen
  • kruiden en specerijen met de allergenen selderij of mosterd(zaad)
  • oplosmiddelen en draagstoffen

Bijlage II maakt ook een paar uitzonderingen. Drie voorbeelden:

  • glucosestroop op basis van tarwe, met inbegrip van dextrose
  • volledig geraffineerde sojaolie en -vet
  • wei die wordt gebruikt voor de vervaardiging van alcoholhoudende distillaten

Die staan zo in de wet; bij twijfel kijkt u op het etiket van uw leverancier.

Voor zwaveldioxide en sulfiet geldt een drempel: u vermeldt het alleen boven 10 mg/kg of 10 mg/l, gemeten in het gerecht zoals het wordt opgediend. Het gaat dus om het gerecht dat de gast krijgt, niet om de fles wijn die in de saus ging.

Wat betekent dit voor uw kaart?

Per gerecht weet u welke van de veertien erin zitten, met de soort bij granen en noten. Dat volgt uit de ingrediënten: zit er walnoot in de dressing, dan zit er walnoot in de salade. U kunt dat vastleggen in de invullijst van de NVWA. Zo vult u de invullijst in.

In MenuVeilig legt u de allergenen per ingrediënt vast, en kiest u bij granen en noten altijd een soort. De allergenen per gerecht volgen daaruit, op de kaart en in de lijst in de kolommen van de invullijst. Zo maakt u een allergenenkaart.

Wanneer dit niet voor u geldt

Zoekt u hoe u de informatie geeft, op een kaart, met een QR-code of mondeling, dan is deze pagina niet voor u: dat staat in het artikel Is een allergenenkaart verplicht?

En de veertien zijn geen lijst van alles waarvoor iemand allergisch kan zijn. Bijlage II noemt alleen deze veertien. Vraagt een gast naar iets anders, dan zegt u wat u weet, of dat u het niet zeker weet.

Vragen en antwoorden

Wat zijn de 14 allergenen?
De veertien allergenen uit bijlage II van Verordening (EU) nr. 1169/2011 zijn: glutenbevattende granen, schaaldieren, ei, vis, pinda's, soja, melk (incl. lactose), noten, selderij, mosterd, sesamzaad, zwaveldioxide en sulfiet, lupine en weekdieren. Bij glutenbevattende granen en bij noten noemt u ook de soort.
Welke granen en noten moet ik bij naam noemen?
Bij glutenbevattende granen: tarwe (incl. spelt en khorasantarwe), rogge, gerst of haver. Bij noten: amandel, hazelnoot, walnoot, cashew, pecan, pistache, paranoot of macadamia. U noemt de soort die in het gerecht zit; alleen “gluten” of “noten” is niet genoeg.
Is lactose een apart allergeen?
Nee. Bijlage II noemt in punt 7 “Melk en producten op basis van melk (inclusief lactose)”. Lactose valt dus onder melk.
Is een pinda een noot?
Niet in de wet. Pinda’s (aardnoten) zijn een eigen allergeen, punt 5 van bijlage II. De noten staan in punt 8, met acht soorten.

Uw allergenenkaart in MenuVeilig maken? Bekijk wat het kost of maak een account aan.

Bronnen

  • Verordening (EU) nr. 1169/2011 — geconsolideerde tekst op EUR-Lex. eur-lex.europa.eu
  • Over welke allergenen moet ik informatie geven? (NVWA) — nvwa.nl. nvwa.nl
  • Toolkit voor ondernemers, met de invullijst allergenen (NVWA) — nvwa.nl. nvwa.nl

Dit is algemene voorlichting, geen juridisch advies. U blijft als ondernemer zelf verantwoordelijk voor de juistheid van uw allergeneninformatie.